Terug naar index

Het Onderwaterschip

Hoe werkt je kiel

Een kiel werkt volgens hetzelfde principe als een zeil en vleugel, alleen nu in het water.

Je drift beperkende kracht is de liftkracht van je kiel.
Als je normaal aan de wind vaart is je drifthoek (=hoek waarmee je verlijerd,=de hoek die je meer zijwaarts vaart ten opzichte van rechtdoor) al gauw enkele graden, je kiel wordt dus scheef door het water getrokken met die drifthoek.
De kiel levert dan evenveel kracht als de zijwaartse component van je zeilkracht.
Vaar je langzamer dan moet je nog steeds dezelfde zijwaartse component van je zeilkracht opheffen met je kiel.
Je kiel gaat dan minder water veel ombuigen om toch die zijwaartse component van je zeilkracht op te heffen.
Dat kan hij alleen voor elkaar krijgen door schuiner door het water te gaan.
Vaar je echt heel langzaam dan raakt je kiel overtrokken,(=de stroming laat los)en kan hij kan die kracht helemaal niet leveren, en je begint nog veel meer te verlijeren.
(Bij vliegtuigen is dit "overtrokken" raken heel dramatisch, een overtrokken vliegtuigvleugel valt als het ware uit de lucht. Bij een "overtrokken" kiel begint gewoon de boot veel meer te verlijeren.
Vandaar dat je bij aanspringen als je weinig wilt verlijeren je je druk rustig dient op te bouwen met je snelheid of even iets lager moet varen om de zeilkracht even wat meer in de vaarrichting te kunnen richten.

Natuurlijk is ook de vorm van je kiel en de ruwheid van je kiel (grenslaagbeinvloeding)erg van belang om loslating van de stroming te vookomen.

Wat gebeurt er als een kiel overtrokken is?

Als de kiel inderdaad overtrokken is en alleen als een weerstandsprofiel zijwaarts door het water gesleurd wordt is de kiel niet bijzonder efficient meer.
De romp van een polyvalk en vele andere boten heeft achter bijna rechte zijkanten, terwijl ze voor nog onder een redelijke hoek staan.
De achterkant van het schip is daardoor moeilijker dwars door het water te sleuren als de in zijwaartse richting meer gestroomlijnde voorkant.
De achterkant houd zich nog enigszins "vast" in het water.
Dat betekent dus dat de boot dan van de wind afdraait.
Ga je dan tegensturen en laat je je zeil strak in het midden staan, dan wordt het verlijeren alleen maar erger.
Voeg je daar een klapperende fok, een smalle drukke brug met een leuk terras aan toe, dan snap je meteen waarom dat terras zo goed loopt.

Laat je roer dus enigzins gaan en zet je zeil in de juiste stand (losser dus) zodat de zeilkracht meer naar voren wordt gericht, je weer snelheid vooruit krijgt, het ernstig verlijeren ophoud, en stuur dan pas weer rustig op en trek het zeil aan.

Roer

Als je roerblad overtrokken raakt (zoals bij grote roeruitslagen) geeft het minder roerkracht.
Dit effect kun je nog bijtellen bij het effect dat je roerkracht bij grote uitslagen voor een groot gedeelte remmende kracht geeft, ipv sturende kracht.
Geef dus niet te veel roer.

Overigens moet je niet vergeten dat als je hard aan het draaien bent het water niet recht meer onder je kont naar achter gaat, waardoor je weer meer roer mag geven.

Ook opvallend is dat een profielroer beter werkt als een rechte plaat.
Dit komt natuurlijk doordat de stroming aan de onderdruk kant van het roer minder snel loslaat, er kan dus meer water worden omgebogen.
Wel heeft een profielroer als nadeel dat hij in een keer overtrokken raakt.
Het uit het roer lopen is daardoor een vrij abrupt proces.
Een vlakke plaat levert weliswaar minder roerkracht, maar raakt gelijdelijk overtrokken, omdat eigenlijk vanaf kleine hoeken de stroming aan lij loslaat. Je voelt uit het roer lopen dus beter aankomen bij een vlakke plaat.
Je kunt dit verschil duidelijk merken als je met een nieuwe Hoora boot met profielroer en een oude polyvalk bij harde wind naast elkaar vaart en ze in een windvlaag allebij uit het roer lopen.

Terug naar index