Terug naar index

Veelgestelde vragen

Uiteraard kun je nieuwe vragen naar sturen.




1 Kan een boot sneller dan de wind varen?
Voor de wind: natuurlijk niet (nou ja zonder motor en andere flauwe grappen dan).
Rond halve wind: als je een boot hebt met niet te veel weerstand moet dit makkelijk kunnen.
Surfers en catamarans varen regelmatig twee keer harder dan de wind.
Met een gewone zeilboot haal je dit meestal niet.
Misschien kun je begrijpen dat als je halve wind vaart, met dezelfde snelheid als de wind, de schijnbare wind schuin van voren komt, en je net zoals bij aan de wind varen daar gewoon mee kunt doorgaan.

2 Wat is schijnbare wind?
Schijnbare wind is de wind die je voelt als je op een varende boot zit.
Hij verschilt van de werkelijke wind, de wind die je voelt als je stilstaat.
Het verschil is de vaarwind, dat is de wind die er toch nog is als als je bij windstil weer hard vaart.
De vaarwind is net zo iets als rijwind: als je in een auto zit bij windstil weer en je steekt je kop uit het raam op de snelweg dan voel je hem heel duidelijk.
De schijnbare wind is de wind die je krijgt als je de werkelijke wind en de vaarwind combineerd.
Voorbeelden:
Als je opeens een luwte binnenvaart dan lijkt het als op de wind opeens naar voren draait omdat je dan nog alleen de vaarwind voelt.
Als je aan de wind opeens een enorme windvlaag krijgt dan lijkt het of je bijna halve wind vaart omdat de vaarwind in het niet valt bij de werkelijke wind.
Als je hoog aan de wind vaart en de motor bijzet omdat het te langzaam ging dan komt de wind nog iets meer van voor omdat de vaarwind toeneemt en zal je zeil dus minder doen.
Als je kijkt naar die ijszeiler die heel snel vaart dan lijkt het alsof hij altijd aan de wind vaart, doordat hij zoveel vaarwind maakt dat de wind altij schuin van voren komt.

3 Hoe zit dat nu met spleetwerking?
Spleetwerking help niet en hoort bij de onzin theorien.
Het verhaal van speelwerking is dat de spleet tussen grootzeil en fok, Die steeds kleiner word naar achter de lucht versneld, en zo dus zou zorgen voor een lager druk aan lij van het grootzeil.
Dat er een spleet is klopt. Dat de lucht iets versneld klopt ook.
Bij een grote overlap tussen grootzeil en fok zorgt dit voor een lagere druk aan leof van de fok, en een lagere druk aan lij van het grootzeil.
Dit heft elkaar dus min of meer op.
Daarnaast is moet de druk om de lucht door de spleet te versnellen ook ergens vandaan komen.
Dit zorgt ervoor dat bij het begin van de spleet een hogere druk komt, en er daardoor minder lucht in de spleet komt.
Eigenlijk gaat er een flink gedeelte van de lucht dus niet door de spleet, maar om de spleet heen.
Om een lang verhaal kort te maken: Overlap tussen fok en grootzeil helpt niet op wonderbaarlijke wijze ofzo.
Natuurlijk beinvloeden de fok en het grootzeil elkaar wel, zie de volgende vraag:

4 Met dat theorie verhaal van jou kom ik nergens tegen dat de fok meer doet dan het grootzeil. Toch heb ik dat al meerdere keren gehoord. hoe zit dat ?
De fok levert inderdaad een relatief grotere kracht dan je grootzeil. Dit komt omdat de fok in de snellere lucht van het grootzeil zit, en het grootzeil in de langzamere lucht van de fok.
leest het aan lij gaat de lucht sneller verhaal maar door.
Je fok doet dus meer door het grootzeil, en je grootzeil minder door de fok.
Kortom, de prestatie van je fok is dus sterk afhankelijk van wat je precies met je grootzeil doet.
Als ik een uitspraak zou doen dat de fok meer doet dan het grootzeil, dan betekent dat dus niet dat je je helemaal moet focussen op de fok.

Om helemaal compleet te zijn, voor je grootzeil voelt de lucht al dat er onderdruk is aan lij en wordt dus naar lij gezogen.
de lucht voor je grootzeil komt dus iets ruimer in. Je fok krijgt dus ook nog eens iets ruimer wind.
Ook dit werkt omgekeerd, de lucht achter je fok is omgebogen naar loef, waardoor het voor je grootzeil lijkt dat de wind meer van voren komt.

5 Waarom verlijer ik zoveel na de overstag?
Het heeft te maken met het overtrokken zijn van je kiel en/of overtrokken zijn van je zeil.
Als je je zeilstand netjes aanpast (ook je fok)aan hoe de wind tijdens je overstag staat, en pas weer hoog stuurt als je snelheid hebt zou dit moeten ophouden.

6 Hoe werkt een vleugelkiel?
Een vleugelkiel trekt de boot dieper het water in, de vleugel trekt de boot dus naar loef bij grotere helling waardoor de rest van de kiel minder kracht naar loef hoeft te geven.

Meestal is de prestatie van een schip met een vleugelkiel slechter als van een schip met een diepstekende kiel.
Een vleugelkiel steekt meestal minder diep, waardoor het de oplossing kan zijn voor boten die wat ondieper vaarwater willen kunnen aandoen.

7 Wanneer moet ik kiezen voor een High Aspect fok en wanneer voor de genua?
Als je hoog wil kunnen gaan is de HA beter, zeker als het hard waait op vlak water. Wil je wat meer op snelheid varen, zoals bij golven dan is de Genua beter.
Dit komt omdat je Genua meer "tipwervels" heeft, en vaak wat boller is. Minder efficient dus als je hoog wil.
Daarentegen is een Genua wel gewoon groter, en daarom gunstiger op de ruime koersen.

8 Molens draaien altijd linksom en mijn boot loopt ook lekkerder over bakboord, Is dit om dezelfde reden?
Nee, Molens draaien linksom omdat dit historisch zo gegroeid is omdat maalstenen vroeger maar op een manier werden gemaakt.
Eigenlijk draaien alleen de molens in Nederland en Belgie linksom (rechtsom voor de molenaars). (bron Informatie-XVI het gilde van vrijwillige molenaars, Evert Smit, die dit heel duidelijk uitlegt in ca 50 kantjes die ik jullie wil besparen)

Waarschijnlijk staat je mast scheef, is krom, of je boot is scheef, of je gewicht is scheef verdeeld.

Overigens is het wel zo dat windvlagen over de ene boeg ruim inkomen, en over de andere boeg juist hoger, afhankelijk aan welke kant van het lagedrukgebied je zit. Zie zeilplan.net onder weer, en onder wedstijdzeilen en vervolgens tactiek.
Dit effect zorgt ervoor dat de boot over de ene boeg lekkerder loopt.
Ook zou het zo kunnen zijn dat bij de bovenkant van je zeil de wind onder een iets andere hoek binnenkomt, waardoor je over de ene boeg met teveel twist vaart, en over de andere boeg met te weinig twist.

9 Ga ik harder in de vaargeul of op het meer?
In de vaargeul ga je harder (als deze dieper is als het meer) Dat komt omdat in ondiep water golven langzamer gaan.
Je kunt dit ook zien bij de kust waar het ondieper wordt, daar komen de golven dichter achter elkaar te zitten terwijl het er niet meer worden. De golven gaan dus langzamer.
Dit betekent ook dat je rompsnelheid lager wordt.

Is het meer erg ondiep dan krijg je ook nog eens het effect wat je ook in een kleine sloot hebt: Zuiging
Als je door een kleine sloot vaart moet het water onder de boot door naar achteren.
Het water wordt dan als het ware door de spleet tussen bodem en boot geperst. Deze "pers druk" is extra weerstand.

10 Als ik ruime wind in de trapeze blijf hangen, en de stuurman naar de andere kant gaat zodat we toch rechtop blijven, ga ik harder. Hoe kan dit?
Waarschijnlijk omdat dan de boot minder beweegt en je dus minder last hebt van beweging van je zeil die de stroming verstoord.
Verder zou ik me kunnen voorstellen dat je zelf meer wind vangt als je in de trapeze hangt.
Als laatste zou ik me kunnen voorstellen dat je minder mastbuiging hebt doordat je trapezedraad de functie van zijstag enigszins overneemt, en dat beter doet dan het zijstag omdat je trapezedraad horizontaler trekt dan het zijstag.

11 Kan ik bij de hogerwal aanleg met sliplanding niet beter de fok wegrollen?
Als je de fok laat klapperen kun je hem beter wegrollen.
Als je hem netjes bedient zal je een stuk minder verlijeren.
Laten staan dus.

12 Iemand heeft heeft het drukverschil tussen loef en lij gemeten en kwam op 0 uit. Hoe kan dat?
Omdat de drukken niet zo hoog zijn en daarmee moeilijk te meten. Makkelijker is het gemiddelde uitrekenen door de kracht op je zeilen te meten en te delen door het zeiloppervlak.

13 In je koppels en krachten verhaal zeg je dat de zeilkracht loodrecht op de giek is. In je verhaal over zeiltrim zeg je dat de bolling naar voren plaatsen de zeilkracht meer naar voren richt. Je verhaal klopt dus niet en je bent een prutser!
Ik ben inderdaad een prutser, maar van prutsen kun je heel wat leren.
Het koppels en krachten verhaal wou ik begrijpbaar houden, en dus niet ingewikkelder maken door te zeggen dat de zeilkracht meestal iets meer naar voren gericht is ten opzichte van je giek.
De zeilkracht is inderdaad iets meer naar voren gericht als loodrecht op de giek. Dit komt door:
  • Twist, De bovenkant van je zeil is wat meer naar voren gericht, en je zeilkracht dus ook.

  • Bolling voor het midden. De zeilkracht is afhankelijk van hoeveel je ombuigt en dus van je curve.
    Voorin heb je de meeste curve en dus de meeste kracht, en het zeil is voorin meer vaar voren gericht.
    Overdreven:

Wat je hieruit leert is vooral dat je eigenlijk niet naar je giek moet kijken maar naar je zeil.
Gebruik je het voor koppels en krachten dan wordt je al gauw gek, dan niet doen dus.

14 In het blad "Zeilen" stond dat een cunningham hole weinig zin heeft bij moderne boten. hoe zit dat?
Sorry, dat weet ik niet want ik heb dat nooit gelezen.
Lijkt mij dat een cunningham handig blijft, zelfs bij zeilen die niet rekken en die al een boel andere trimmogelijkheden hebben.
Een cunningham is erg makkelijk om spanning op je voorlijk te trekken. Met je val is dit vaak lastiger omdat deze niet (of weinig) vertraagd is.
Ook je voorkant van je giek naar beneden trekken heeft hetzelfde effect als een cunningham.
Een Cunningham is bedacht om een iets groter grootzeil te kunnen gebruiken voor wedstrijdzeilboten die een restrictie hebben op dde lengte van het voorlijk:
bij veel wedstrijdklasses mag je je giek (of eigenlijk je lummelbeslag) niet verder naar beneden trekken dan een aangegeven maat, vaak aangegeven met een zwarte streep op de mast.
Als je een mooi bol zeil hebt dat mooi bol staat als het helemaal gehesen is en de giek op die zwarte streep staat heb je een mooi zeil voor ruime wind en weinig wind.
zou je dat zeil nu vlakker willen trekken (bij harde wind, of als je hoger aan de wind wil kunnen) door je giek verder naar beneden te trekken bij de mast dan zou je de giek tot onder die zwarte streep trekken, wat dus regelementair niet mag.
Als je de cunningham aantrekt dan blijft de giek op reglementaire hoogte en krijg je toch meer spanning op je voorlijk.
Een cunningham blijft dus in ieder geval handig op een wedstrijdboot.

15 Hoe werkt een zelflozer?
Er zijn twee soorten zelflozers.
De een steekt niet door de romp heen.
De ander steekt wel door de romp heen of heeft een kapje op de romp.
De versie welke niet door de romp steekt zuigt eigenlijk niet, terwijl de versie welke wel doorsteekt zuigt als een tiet.
Hoe kan dat nu?

De niet doorstekende zelflozer buigt geen water om.
Volgens De wet van Bernoulli is er dus ook geen drukverandering.

De wel doorstekende zelflozer buigt het water wel om.
Dit geeft natuurlijk krachten.
Het looswater komt er op een plek uit waar het water in de richting van de romp wordt omgebogen, daar waar dus een reactiekracht is van de romp af is.

Dit is nou ook de reden dat een hoogtemeter van een vliegtuig(welke eigenlijk de luchtdruk meet)op een vlak gedeelte van een vliegtuig zit.
Dan wordt hij namelijk niet beinvloed door de snelheid.

16 Een opgeklapt roer (wat nog steeds onder water zit) stuurt slechter als een roer dat netjes naar beneden zit. Hoe kan dat?

Dit komt namelijk doordat de druk welke je opbouwt "weglekt" om de bovenkant en onderkant van je roerblad heen: De "tipwervels". Bij een opgeklapt roer heeft het water veel meerde tijd en ruimte om tipwervels te maken omdat je naar verhouding veel meer tip hebt.

17 Die foto van dat vliegtuig die een sleuf achter zich maakt in de wolken, is die echt?

Zover ik weet wel, Het enige wat eraan getruukt is is dat er een vliegtuig voor vliegt. De fotograaf zat namelijk in dat vliegtuig ervoor.
Zover ik weet vloog dit vliegtuig ook gewoon rechtdoor en steeg niet op ofzo.
Dit heb ik niet gecheckt. Foto is van het bedrijf die dat vliegtuig bouwt (Cessna.

18 mag ik dingen kopieren uit je site?
Ja hoor, daar is hij voor. Wel zou ik het fijn vinden als je het internetadres erbij vermeld, in plaats van mijn naam.
Dit omdat als je een stukje uit zijn verband trekt ik liever heb dat mensen het hele verhaal kunnen lezen, dan dat ze denken dat ik dom ben.

19 Je zegt dat de stroming achter op je zeil turbulent is, en dat de stroming moet blijven aanliggen. Dat kan toch niet?
Ik zeg niet dat de hele stroming achter op je zeil turbulent is, ik zeg dat de grenslaag bij je achterlijk turbulent is geworden.
Let op dat als het dunne (enkele mm)luchtlaagje wat op je zeil "kleeft" turbulent is dit absoluut niet betekent dat de stroming daar als geheel turbulent is.

20 Hoe kan het nou dat mijn boot hoger loopt als ik hem onder een grote helling vaar?
schuiner=hoger
Allereerst op lijkt het mij niet verstandig om cursisten lastig te vallen met dit soort diepe theoretische discussies zoals zoveel dingen op mijn site.
Ervaar maar dat de helling er toe doet bij aan de wind varen, en zeker bij lage snelheid! Gewoon weten dat sommige boten (zoals een polyvalk) lekkerder varen onder een hellinkje naar lij bij lage snelheid is eigenlijk al genoeg.

Let op dat het hier over een klein deelgebiedje van de theorie gaat, namelijk over het waarom sommige boten hoger varen als ze veel helling hebben en weinig snelheid. Ik zeg dus niet dat je altijd de boot schuin moet leggen om hoger te kunnen varen!
Zo ervaren sommige mensen met hun boot allen "hoe sneller hoe hoger" !

Aan het hoger varen door helling werken mee: (in willekeurige volgorde)
-De rechte zijkant wordt in het water gedrukt waardoor de boot minder verlijert
-De rompvorm verandert vanuit het water gezien, wat tot minder weerstand kan leiden. (is dus lang niet waar bij alle boten!)
-De lucht wordt anders afgebogen door hetzelfde zeil onder extreme helling. zie twist
Ik beweer dat daardoor het zeil vlakker wordt en dat je met een vlakker zeil hoger kunt varen.
-Onder grote helling wordt de boot loefgieriger, en kun je dus hoger. Ik ben het daar niet mee eens! (maar wil hem toch noemen)
-Onder grote helling wordt de boot loefgieriger waardoor je tegen moet sturen om rechtdoor te blijven gaan. Met dat tegensturen gooi je water naar lij en de boot dus naar loef. Dat zorgt ervoor dat de boot minder verlijerd. (in ieder geval is varen met een lijgierige boot erg fout, met het roer gooi je dan juist water naar loef, en gaat de boot dan meer verlijeren)
-Onder grote helling vaart de boot langzamer en komt de schijnbare wind dus ruimer in en kun je hoger.

Tegenwerkend aan "schuiner=hoger"
-Onder extreme helling werkt het zeil en de kiel minder goed door de lagere aspectratio en het kleiner geprojecteerd (of effectief) oppervlak. (anders zou je altijd wel schuin gaan varen!)
-Onder grote helling vaart de boot langzamer waardoor je kiel niet lekker kan werken, en de boot veel gaat verlijeren.

En wat kun je hieruit leren:
-Besef dat de helling van grote invloed is op hoe hoog je kunt varen.
-Besef dat er meerdere redenen zijn, die soms ook anders uitpakken als de tegenwerkingen anders uitpakken door bijvoorbeeld andere omstandigeheden, zoals een totaal andere boot, of een veel boller zeil, of een profielroer of juist niet.
-Ga hier eens mee experimenteren, om te kijken welke redenen nou onder welke omstandigheden het belangrijkst zijn.
-Besef dat de wind onder grote hellingshoeken een beduidend andere bolling “ziet” als zonder helling als je veel twist hebt, en dat dat in-de-wind niet waar is, en halve-wind heel erg waar is.
-Besef dat als je de romp schuin legt ook het zeil automatisch schuin komt te staan.
-Ik heb het ook niet altijd 100% goed (maar meestal wel voor een groot gedeelte ), Mijn uitspraken zijn vaak niet altijd waar onder alle omstandigheden. Blijf dus zelf nadenken als je een tekst van mij leest! Denk zelf kritisch na en probeer het te toetsen!
-een model is altijd een versimpeling van de werkelijkheid, en dus niet de werkelijkheid.
-Theorie is enkel een hulpmiddeltje om te weten wat de boot doet onder bepaalde omstandigheden, de theorie moet zich aanpassen aan de praktijk, en niet andersom.

Tips voor tijdens het experimenteren:
-Let op dat extreme helling niet gewoon omslaan wordt.
-Twist bij een polyvalk kun je verminderen door ca 40 cm boven het grondblok al de schoten naar lij te duwen met je voet terwijl het zeil aangetrokken is.
-Probeer het onder constante omstandigheden te doen, dus steeds even hard varen en op hetzelfde plekje, nog mooier is twee dezelfde boten naast elkaar.
-Doe alles minstens twee keer om geen wetmatigheid aan toeval toe te kennen
-Let erop wat de roerstand is.
-Let op trimveranderingen. Een klein streepje (of beter nog tape) zetten op de schoten en vallen is aan te raden


Ik heb wel eens een wagentje gezien dat met een windmolen/propellor recht tegen de wind in voer. Weet jij iet meer?
Ja, met een wagentje met een windmolen kun je recht tegen de wind in. klik hier. Met een wagentje met een propellor kun je sneller dan de wind klik hier.


Mijn overstag gaat zo langzaam, zels als ik voor de overstag iets afval en mijn zeil iets losser zet om meer snelheid te maken eindig ik met heel weinig snelheid. Wat moet ik doen?

Vloeiend overstag gaan is een van de moeilijkste handelingen in het zeilen.
Het wordt in de zeilerij meestal aangeduid met de engelse term "roll-tack'wat zoveel betekend als rollend overstag gaan.

Eén van de eerste dingen waar je mee zou kunnen beginnen is om te leren om de boot niet te sturen met het roer maar door gebuik te maken van gewichtsverplaatsing en zeilstanden. Op die manier kun je de boot op alle koersen sneller door het water laten varen. Hoe meer je het roer gebruikt om te sturen, des te meer je de boot afremt. Je kan de boot laten afvallen door de grootschoot geleidelijk te vieren, en iets later gevolgd door de fokke schoot,en het gewicht naar buiten aan loef te brengen zodat de boot in zijn geheel naar loef gaat hellen en vervolgens met de wind mee af zal vallen. Op loeven gaat tegenovergesteld. Dus gewicht naar lij, (bij meer wind alleen naar binnen) brengen en schoten aantrekken.

Om vloeiend overstag te gaan is het dus zeker niet de bedoeling om de schoten eerst te lossen.
Er zijn mensen die denken dat je een soort aanloopje moet nemen om door de wind te komen en op de manier zoals door u beschreven overstag gaan. Dat kost echter uiteindelijk altijd snelheid en hoogte. Ze doen dit omdat ze het roer te veel gebruiken waardoor ze de boot enorm afremmen. Ze maken dat aanloopje om na het remmen nog enige snelheid over te houden. Er ontstaat dan acher de boot een mooi spoor in de vorm van een "S

Maar hoe dan wel vloeiend overstag?
Allereerst, zorg dat de boot hoog aan de wind loopt, mooi op snelheid.
Breng het gewicht naar binnen en indien nodig naar lij om de boot naar lij te laten overhellen en de boot de neiging "krijgt om te willen oploeven.
De fok kunt u tegelijk al enigszins lossen zodat deze niet tegen kan werken.
Het roer gaat u pas gebruiken als u dit alles eerst heeft gedaan en volgt als het ware de boot vloeiend.
Op het moment dat de boot in de wind begint te draaien laat u nu de grootschoot iets vieren.
Wanneer de boot door de wind gaat brengt u het gewicht weer naar buiten aan de kant waar u oorspronkelijk zat en u helpt daarmee de boot als het ware door de wind.
Wanneer de giek de neiging krijgt om zelf spontaan naar uw kant over te komen verplaatst u het gewicht naar de nieuwe loefzijde en trekt u de boot weer vlak en tegelijk haalt u de schoten weer aan en stuurt u direkt weer aan de wind.
Wanneer u dit vloeiend doet is het zelfs mogelijk om de boot op een iets hogere snelheid te brengen dan voor de overstag maneuvre omdat u een soort pomp heeft gemaakt met het zeil.
U zult zien dat er achter uw boot niet langer meer een enorme "S" zal verschijnen wanneer u dit goed doet.

Er is maar één maar voor dit verhaal. Héél véél oefenen en dan lukt het!!
Met dank aan Maurice Smit voor de tekst.

Klik hier voor een voorbeeldfilmpje van de rolltack.

Ik ga mijn PWS over zeilen doen, kun je helpen?
Ik heb een voorbeeld voor je: Klik hier voor een voorbeeld PWS



Terug naar index